– ds. T. Oosterhuis

Thijs Oosterhuis

 

Atlantische Oceaan, 2 september 2014 (Kanaalkoorts)

Lieve familie en vrienden,

Op dit moment varen we voor de kust van Portugal, morgen steken we de golf van Biskaje over en op vrijdag varen we door het Kanaal om op vrijdagmorgen aan te komen in Rotterdam. Met andere woorden het grote aftellen is begonnen en dat bepaald al sinds ons vertrek van Malta op zaterdag 30 augustus de sfeer aan boord. De missie is achter de rug, niemand heeft echt veel meer te doen en toch heerst er een vreemd soort onrust aan boord. Iedereen is in zijn hoofd bezig met de op handen zijnde thuiskomst. Een blij vooruitzicht, maar de realisatie laat nog een paar dagen op zich wachten. Kanaalkoorts wordt het genoemd. Dat klinkt heel volwassen, maar het is de zelfde onrust die je ook ziet bij kleine kinderen een paar dagen voor hun verjaardag.

Scheepsbreed hebben we er last van sinds ons vertrek uit Malta, maar ik denk, dat het bij mij al eerder is begonnen. Toch heb ik er niet aan toe willen geven, omdat op die manier de terugreis alleen maar langer duurt. Eigenlijk is die terugreis al begonnen op 19 augustus, toen we na een korte operationele stop in Djibouti koers zetten naar de Rode Zee en het missie gebied, waar we ons drie maanden in hadden opgehouden definitief achter ons lieten, maar laat ik eerst vertellen, wat we zo al beleefd hebben gedurende het laatste deel van onze antipiraterij missie.

Nog geen twee weken na ons bezoek aan Muscat lopen we op zaterdag 2 augustus de haven binnen van Salalah. Deze stad ligt net als Muscat in Oman, maar het contrast voor wat betreft het weer kan haast niet groter zijn. In Muscat was het droog en heet en in Salalah is het gedurende het hele havenbezoek mistig en miezerig weer met temperaturen die maar net boven de 20 graden Celsius uitkomen.

Alexander en Jeff met wie ik ook in Muscat was gaan vogelen, hebben hun plan voor een vogelactie inmiddels verder uitgewerkt. Ze hebben hun oog laten vallen op Wadi Darbat, een bekende hotspot voor birdwatchers zo’n 50 km ten Noord Oosten van Salalah. We nemen een taxi naar de bewuste wadi. Het landschap in de omgeving van Salalah bestaat uit een troosteloze vlakte met als enige bezienswaardigheid grote kuddes kamelen, die bij elkaar zijn gedreven in een soort kralen. Op een gegeven moment laten we dit landschap achter ons en rijden we de bergen in. De overgang is abrupt. Ineens rijden we een groen landschap binnen, dat bruist van leven.

Dit landschap en met name de wadi een paar kilometer verderop blijkt een toeristische trekpleister te zijn van internationale allure. We hadden ons al laten vertellen, dat Salalah in de tijd na de Ramadan een populaire vakantie bestemming is in de Arabische wereld, maar hier komen ze dus voor: een groene wereld. Het is mistig, het motregent af en toe, maar de mensen laten zich er op geen enkele manier door afschrikken. Ze hangen buiten de auto en zitten op de daken van hun voertuig met tablets, androids en fototoestellen om dit voor hen ongekende natuurverschijnsel vast te leggen.

We hadden natuurlijk helemaal niet gerekend op die drukte, maar we hebben er ook niet veel last van en de vogels trekken zich er ook niets van aan. We lopen langs het riviertje tussen de mensen door die op kleedjes in  het natte gras zitten te picknicken, terwijl wij de blik en kijkers richten op wevervogels, bulbuls en sunbirds. We krijgen ook heel mooi de greyheaded kingfisher te zien en een woudaapje. Al met al een geslaagde vogelactie. Terug in Salalah brengt de chauffeur ons op eigen initiatief naar een andere hotspot, een grote lagune achter het strand, waar we verschillende waadvogels, zoals ralreigers, zilverreigers en een flamingo zien en op het strand een grote groep meeuwen en grote sterns. We komen bijzonder voldaan weer aan boord ook al zitten we tot onze knieën onder de modder.

De stad zelf heeft behalve de bekende shopping malls en resorts niet veel te bieden en daarom is niemand er rauwig om als we op dinsdag 5 augustus vertrekken naar zee om weer te gaan patrouilleren in de beveiligde route voor internationale scheepvaart in de golf van Aden.

Op 9 augustus onderbreken we het patrouilleren voor een bijzondere opdracht. Drie dagen lang escorteren we de Nawal III, die vaart voor het World Food Program (WFP) van Berbera in Somaliland naar Bosaso in Puntland, waar nog altijd veel vluchtelingen zijn vanwege de voortdurende burgeroorlogen in deze regio. Het WFP is een programma van de VN, waarbij er voedsel wordt verstrekt in ruil voor werk in delen van Somalië waar een ernstig tekort is aan basislevensmiddelen. De operatie Atalanta is oorspronkelijk opgezet om schepen die varen voor het WFP, te beschermen. In het verleden zijn een aantal van deze schepen buitgemaakt door piraten en dat is natuurlijk extra schrijnend. Hoewel het gaat om een betrekkelijk korte inzet, zijn we toch blij, dat we tijdens deze missie een bijdrage kunnen leveren aan de kerntaak van operatie Atalanta.

Op zondag 10 augustus is er een veiling voor KiKa[1], het goede doel van deze missie, waarbij wachtofficier Jeroen Lefeber en ik de eer hebben om als veilingmeesters te mogen optreden. In de dagen voorafgaand aan de veiling was een inzameling gehouden van zeer diverse items, die op deze middag onder de hamer gaan. De topstukken zijn een overnachting in de luxueuze hut van de vlagofficier vlak naast de kajuit en een schot met het kanon. Deze stukken gaan voor grof geld van de hand, maar aan ons is de taak om ook de belangstelling van het publiek op te wekken voor minder in het oog springende items, zoals een extra wasje door de wassers, een knipbeurt door de kapster en niet te vergeten het schoonschippen door de eerste officier van een ruimte naar keuze. Hiervoor hebben we onze act ondersteund met een presentatie van allemaal maffe foto’s, die we op locatie hadden genomen. Dat helpt om met elkaar in de stemming te komen en al snel hebben we een sfeertje opgebouwd, waarin mensen over de meest onzinnige items stevig tegen elkaar opbieden en dat levert een mooi resultaat op voor het goede doel.

Het is in deze fase van de missie dat het goede doel echt begint te leven onder de bemanning en zo worden er allerlei fondswervende activiteiten georganiseerd, waarmee in totaal ruim 10.000 euro voor KiKa wordt binnengehaald.

Op 14 augustus vindt er een bijzondere ontmoeting op zee plaats met collega’s van de krijgsmacht. Op deze dag passeren we het vrachtschip de Happy Dynamic, die onderweg is naar Sri Lanka. Dit is één van de Nederlandse schepen, die op dit moment worden beschermd tegen piraterij door een team mariniers. We kunnen even naar elkaar zwaaien en de helikopter brengt de groeten over namens de hele bemanning.

In de laatste week van onze inzet in het missiegebeid gaat het commando over Operatie Atalanta over van Duitse in Italiaanse handen. Op 15 augustus hebben we een rendez-vous met het nieuwe stafschip de Andrea Doria. Force Commander Guido Rando komt voor een kort bezoek bij ons aan boord om zich te laten voorlichten over onze ervaringen, voordat we het missiegebied verlaten.

Op zondag 17 augustus worden we getrakteerd door de logistieke dienst op een Amerikaans rock ’n roll feest met hotdogs, hamburgers en milkshakes. Op dit gezellige feest zorgt onze eigen scheepsband voor de muziek. Dit draagt enorm bij aan de feestvreugde en ook de gedachte dat het niet lang meer duurt voordat we de steven wenden en op weg gaan naar huis.

Na een korte stop in Djibouti op dinsdag 19 augustus is het vervolgens echt zover en zetten we koers in Noordelijke richting naar de Rode Zee. De volgende dag sluiten we onze bijdrage aan Operatie Atalanta af met een medal parade op het helidek, waarbij we onze EU-medaille ontvangen. Tegelijk is dit de generale repetitie voor de medaille uitreiking in Rotterdam op 5 september.

Op de laatste dag van onze doortocht door de Rode Zee is het tijd voor een typische marine traditie, namelijk de horserace, die het midden houdt tussen ganzenbord en een zeskamp. De teams die zich hebben opgegeven mogen eerst bieden op het paard van hun keuze en gaan vervolgens met elkaar de strijd aan om hun paard als eerste over de eindstreep te krijgen. Het is tevens een enorme verkleedpartij, waarbij de jockeys en teams elkaar proberen te overtreffen in maffe uitdossingen. Niks is te gek. Ook dit event levert weer een mooi bedrag op voor het goede doel.

Tegen het einde van de horserace varen we de golf van Suez binnen en kunnen we aan stuurboordzijde het Sinai gebergte zien liggen. Aan het einde van de avond gaan we bij Suez voor anker om te wachten op onze passage door het Suez kanaal. Als ik de volgende morgen een kijkje kom nemen aan dek zijn we al weer bijna halverwege de passage. Tot mijn verrassing zijn er nu wel souvenir verkopers aan boord zeer tegen de zin van de eerste officier, maar de loods had hem min of meer gedwongen om ze aan boord toe te laten als ‘line handlers’. Pure vriendjes politiek natuurlijk, maar wel een mooie gelegenheid voor mij om nog een koelkastmagneetje te scoren van Egypte.

De dag na de passage vindt de rendez-vous plaats met de Van Speijk, die het stokje van ons gaat overnemen. Mijn collega Paul Vlaar is hier aan boord geweest. We hebben goed kunnen bijpraten en ik heb hem wat spullen kunnen meegeven, waar hij tijdens hun missie nog plezier van kan hebben. Na de ontmoeting met de Van Speijk varen we onder de Lybische kust in de richting van Malta.

In dit deel van de Middellandse Zee vinden veel transporten plaats van illegale immigranten, die vanuit Libië de oversteek proberen te maken naar Europa. Vorige week is er nog zo’n boot vergaan, waarbij ruim 200 mensen zijn verdronken.

Zonder dat het met zoveel woorden is aangegeven, houden we rekening met de mogelijkheid dat we hier wel eens een lugubere vondst zouden kunnen doen en dat lijkt ook even het geval te zijn. Eén van de kwartiermeesters meent een lijk in het water te zien drijven en drukt meteen op de MOB (man over boord) knop. Nadat we een draai hebben gemaakt van 360 graden turen we aan stuurboordzijde of we iets in het water kunnen zien drijven. Het duurt even, maar dan zien we inderdaad iets bruins in het water liggen. Door de kijker kan ik zien, dat het geen lijk is en na beter kijken kan ik zien dat het niet dood is, maar een levende zeeschildpad, die zich traag voortbeweegt door het water. Volgens mij was ‘ie gewond, maar volgens anderen had hij zich op een ronddrijvend stuk hout gehesen om uit te rusten. Daar houden we het dan maar op.

De volgende dag komen we aan in Malta. Hier komt mijn buddy Harold Pijcke weer aan boord, nadat hij na de aanslag in Djibouti vanwege een knieblessure afgevlogen had moeten worden. We zijn opgetogen om elkaar weer te zien. Nu de groep die de aanslag heeft meegemaakt weer compleet is, zijn  we ook in de gelegenheid om het incident gezamenlijk af te sluiten.

Op Malta nemen we ook afscheid van ons Maltese boardingteam. In de afgelopen maanden zijn we elkaar over en weer enorm gaan waarderen. De Maltesers hebben veel voor de missie betekend op operationeel gebied, maar zeker ook op sociaal gebied. Ze waren altijd van de partij bij scheepsbrede events en zelf hebben ze ook de nodige activiteiten georganiseerd. Daarbij zijn het ook nog eens trouwe kerkgangers. Er zijn er, die geen dienst van mij hebben gemist en dat schept toch wel een bijzondere band. Dat zij katholiek zijn en ik protestant heeft daar niks aan afgedaan.

Op onze tweede avond in Malta hebben we de hele missie afgesloten met een gigantisch scheepsfeest. De Maltesers hadden gezorgd voor een toplocatie. Een kasteel met een zwembad, dat speciaal voor dit soort gelegenheden wordt verhuurd. Er is een band en een dj, heel goed eten en onbeperkt vrij drinken en het wordt heel gezellig. Op een gegeven moment staat bijna de volledige bemanning op de dansvloer inclusief de commandant.

Voordat het feest echt losbarst, krijgen we een rondleiding door het kasteel. Het kasteel blijkt het hoofdkantoor te zijn van de Johannieter Orde, oftewel ‘the knights of St John’. Nadat deze kruisridders uit Jeruzalem waren verdreven hebben ze zich eerst een tijdlang opgehouden op Rodos, Toen ze zich daar ook moesten terugtrekken, kregen ze van Karel V Malta cadeau. Het eiland is dus jarenlang het bezit geweest van Johannieter Orde, die Malta gebruikten als uitvalsbasis om tegen de Turken te blijven vechten. Uiteindelijk heeft Napoleon ze van het eiland verjaagd, maar na jarenlange omzwervingen hebben ze er in de jaren ’70 voor gekozen om zich opnieuw op Malta te vestigen. Het is nu een liefdadigheidsorganisatie, die wereldwijd medische projecten ondersteund. Daar hebben wij dus met ons feest ook een bijdrage aan geleverd.

De dag na het feest is al weer onze laatste dag op Malta. Ik neem de tijd om uitgebreid de St. John’s Cathedral te bezichtigen. De kathedraal is gebouwd in de hoogtijdagen van de Johannieter Orde. In een zijvleugel is een speciaal museum ingericht, waar twee wereldberoemde schilderijen hangen van Caravaggio; De onthoofding van Johannes de Doper en Hieronymus die de bijbel vertaald. Caravaggio heeft korte tijd op Malta gewoond en is lid geweest van orde. In opdracht van de orde heeft hij dit wereldberoemde en nog steeds choquerende werk geschilderd van de moord op de beschermheilige van de Johannieter Orde.

De volgende dag moeten we al om 5 uur opstaan om hier rond 8 uur te kunnen vertrekken. Rond een uur of half 11 ontmoeten we de Zr.Ms. Amsterdam. We laden olie bij deze bevoorrader op één van zijn laatste reizen, want we hebben dit mooie schip (helaas) verkocht aan Peru.

Op zondag sluit ik de serie af over het verhaal van Jozef, die ik de afgelopen 5 zondagen heb gehouden. Het thema laat zich raden: naar huis! Tegelijk staan we stil bij al die mensen die om wat voor reden dan ook gedwongen zijn om huis en haard te verlaten en afhankelijk zijn van de gastvrijheid van anderen, zoals Jakob, die met zijn gezin naar Egypte trok. We leven in een wereld, waarin miljoenen mensen op drift zijn. Dat geldt zeker ook voor de regio, waar operatie Atalanta zich afspeelt. Wat een voorrecht is het dan als je tegen elkaar kunt zeggen: we zijn onderweg… naar huis.

(wordt vervolgd)

Thijs Oosterhuis



[1] KiKa is een fonds, dat onderzoek in de strijd tegen kinderkanker ondersteund.