Kerkenraden

Op Missie!

Je man, je dochter, je moeder of vriend is op missie. Het is een bekende term geworden binnen defensie. Een gewone term. Maar wel een woord met een hele wereld inbegrepen. Missie, het betekent dat je gezonden bent. Wat brengt dat niet mee? Een opdracht. Er voor gaan. Loslaten. Kracht en middelen ontvangen. Heimwee. Er alleen voor staan.

Op missie! Ik kan het niet laten te denken aan de Vader die zijn Zoon op missie zond. Een Zoon met een opdracht. Een Zoon die helemaal ging voor de wil van zijn Vader. Die zijn hemelse heerlijkheid moest loslaten. Die de Geest ontving. Die er op het springende moment alleen voor stond. Alzo lief had God de wereld dat Hij zijn eigen Zoon gezonden heeft…

Nee, u hoort mij niet zeggen dat een militaire missie naar welk werelddeel ook op dezelfde lijn te zetten is met deze eenmalige goddelijke missie. Het zijn gewone jongens en meiden, die militairen. Vol idealen, zeker, maar ook vol ondeugden. En op het thuisfront is het lang niet altijd even hemels en gaan dingen fout. Maar toch. Het moeten en tegelijk willen gaan. De eenzaamheid. De ontreddering als weer een militair sneuvelt. Deze handreiking wil u erop wijzen dat het bestaan van een militair en zijn omgeving op zijn grondvesten staat te schudden als dat gewone woord ‘op missie’ valt.

Ambtsdragers mogen dan ook een missie hebben. Zij worden gezonden naar hen voor wie de wereld even op de kop staat als hun naaste op uitzending is. Die ambtelijke missie is niet altijd gemakkelijk. Ambtelijke zowel als militaire missie vergt gedegen oefening. Als deputaten Geestelijke Verzorging Militairen zijn wij onze mede-deputaat Gerben Elzinga dankbaar dat hij deze handreiking wilde schrijven in het kader van zijn studie kerkelijk werk. En we bieden u deze brochure aan als onderdeel van uw ambtelijke oefening. Ga geoefend op uw missie, met in uw achterhoofd de liefde van God die zijn Zoon op missie stuurde.

Deputaat geestelijke verzorging militairen.

Voorzitter sectie militairen.

 

Voorwoord

In deze handreiking probeer ik u een beeld te geven wat het inhoudt te worden uitgezonden voor een vredesmissie. Ook beschrijf ik welke verwachtingen de achtergebleven relaties van uit-gezonden militairen hebben van de kerkelijke gemeente waar ze deel van uitmaken.

Deze handreiking is tot stand gekomen naar aanleiding van een enquête onder kerkenraden. Daarin werd gevraagd naar hun handelen met relaties van uitgezonden militairen. Ook zijn dertig vraaggesprekken gehouden met relaties van uitgezonden militairen. Er is gevraagd naar hun wel en wee tijdens de uitzending van hun partner, zoon, vader, broer of zus. Mijn grote waardering wil ik uitspreken voor deze, veelal, vrouwen, echtgenotes en moeders van uitgezonden militairen. Ik ontmoette vrouwen die respect afdwingen, gelovige, sterke vrouwen. Vrouwen die precies wisten te verwoorden wat er met hen gebeurde toen ze alleen kwamen te staan. Moeders die hun zorgen om hun zonen en dochters bij de Here brengen.

In opdracht van de grote Herder is het aan u als kerkenraden deze mensen bij te staan. Een geweldige taak als je zo´n opdracht mag hebben: met medegelovigen een tijdje samen wandelen op hun levensweg, juist wanneer die levensweg zwaar is. U hoeft hen niet te dragen, dat doet God wel. Neem dus geen taken over, maar wees de nabije, het luisterend oor. Deze handreiking wil u helpen zo´n oor te zijn.

Het is geen instructie van wat u wel en niet moet doen. De achtergebleven relaties kunnen u zelf wel vertellen wat zij van u verwachten. U hoeft hen alleen maar in staat te stellen deze verwachtingen te uiten. Wees trouw in uw werk, neem daarin een voorbeeld aan de vrouwen die u bezoekt, die met volharding soms maanden wachten op hun mannen of zonen.

Dat deze brochure u mag stimuleren de liefde van Christus te tonen in uw werken.

Gerben H. Elzinga

 

Wat is dat, een vredesmissie?

Al in 1953 werden Nederlandse militairen op vredesmissie gestuurd, destijds naar Korea. Daarna kwam de missie in Libanon van 1979 tot 1985, een heel aantal grotere en kleinere missies volgde. In de ogen van het grote publiek zijn de vredesmissie in Bosnië in de jaren negentig van de vorige eeuw en de missie in Afghanistan begin 21e eeuw de meest opvallende.

Wat is dat nu, een vredesmissie? Verschillende antwoorden zijn mogelijk. Vredesoperaties kunnen sterk verschillen, iedere missie is op zich uniek. Een definitie zou kunnen zijn: ‘Het vormen van een derde gewapende macht om geweldsincidenten tussen twee strijdende partijen te voorkomen.’ Er dient wel aan een aantal voorwaarden te worden voldaan. Zo moet er een besluit van de Verenigde Naties (VN) zijn die de vredesmissie regelt (ook wel mandaat genoemd). Ook moeten de strijdende partijen beiden een verzoek tot ingrijpen hebben gericht aan de VN.

Vervolgens is het met name voor de Nederlandse politiek belangrijk dat de vredesoperatie gepaard gaat met opbouw van infrastructuur en andere humanitaire acties. Duidelijk zal zijn dat hoe minder er sprake is van geweld tussen de strijdende partijen, hoe beter de infrastructurele en humanitaire opdrachten ten uitvoer kunnen worden gebracht.

Ondanks alle mooie woorden van politici is een vredesmissie nooit zonder gevaar. Immers, er wordt gewerkt in een omgeving waar een instabiele, vaak gewapende vrede heerst. De troepen die op vredesmissie zijn, kunnen opdracht krijgen met geweld een actie uit te voeren die de stabiliteit bevordert. Het is ook mogelijk dat leden van een vredesmissie slachtoffer van aanslagen worden. Veel slachtoffers aan de kant van de vredestroepen vallen door ongelukken, bijvoorbeeld doordat een militair op een mijn stapt. En ook veel slachtoffers vallen in het verkeer.

Laat het voor iedereen duidelijk zijn dat een vredesmissie voor militairen gevaar oplevert, ook wanneer er in de pers positief bericht wordt over een relatief rustig missiegebied. Soms brengt het een militair zelfs in levensgevaar.

 

Thuisfront

Er is Defensie veel aan gelegen dat de militairen in het ‘inzetgebied’ optimaal functioneren. Daar hoort bij dat de militair zich geen zorgen hoeft te maken over thuis. Daarom heeft Defensie diverse mogelijkheden in het leven geroepen voor ondersteuning van en informatie voor de thuisblijvers.

Belangrijk is het Situatie Centrum (Sitcen). Voor de thuisblijvers is dit een centraal telefoonnummer dat dag en nacht gebeld kan worden. Dit centrum beschikt over de meest actuele informatie uit het missiegebied. Ook coördineert dit centrum op het moment dat een militair door onvoorziene omstandigheden plotseling naar huis moet. En het informeert de familie als de militair iets ernstig overkomt. Achterblijvers worden daarom gevraagd steeds aan Sitcen door te geven waar ze bereikbaar zijn in geval van een calamiteit.

Bij sociale problemen is de bedrijfsmaatschappelijke dienst van Defensie beschikbaar. Verder wordt voor elke uitzending een zogenaamd Thuisfrontcomité in het leven geroepen. Dit comité bestaat uit mensen van Defensie, zoals achtergebleven militairen van de eenheid van de uitgezonden militair, en betrokken relaties van de uitgezonden militairen. Vanuit dit comité wordt een ‘telefooncirkel’ georganiseerd die bemenst wordt door relaties van de uitgezonden militairen. Ook deze ‘telefooncirkel’ is dag en nacht bereikbaar, achterblijvers kunnen zo telefonisch even hun hart luchten of samen een probleem oplossen.

Uiteraard heeft Defensie altijd een krijgsmachtpredikant standby die bij ernstige problemen geestelijk bijstand verleend.

Defensie organiseert tijdens de uitzending verschillende dagen waar de relaties van informatie worden voorzien en waar ‘lotgenotencontact’ een belangrijke plaats inneemt. Tijdens één van deze thuisfrontdagen wordt geprobeerd een rechtstreekse videoverbinding met het uitzendgebied te realiseren. Relaties kunnen dan face to face met de uitgezonden militair spreken, helaas zonder erg veel privacy. Jammer genoeg wordt meestal één van de thuisfrontdagen op een zondag georganiseerd. Onze broeders en zusters hebben daar over het algemeen veel moeite mee. Gezien de grote behoefte aan informatie die op deze thuisfrontdagen wordt gegeven, kiest een aantal er wel voor ook deze zondagse thuisfrontdag te bezoeken.

Door Deputaten Geestelijke Verzorging Militairen (GVM) van onze kerken wordt circa tweemaal per jaar, in het midden van het land, een zogenaamde thuisfrontavond belegd. Doel van deze thuisfrontavonden is als broeders en zusters ‘lotgenotencontact’ te hebben. Deze avonden worden door de deelnemers gewaardeerd, omdat geloofsverdieping een belangrijke plaats inneemt. Deze verdieping wordt op de thuisfrontdagen van Defensie vaak gemist. Informatie over deze avonden is verkrijgbaar bij deputaten GVM

 

De gewapende vredestichter

Wat zijn dat toch voor mannen en vrouwen, die hun man, hun vrouw, hun kinderen of hun ouders gedurende enkele maanden achterlaten, om op vredesmissie te gaan? Wat is de innerlijke drive van deze mensen? Of worden ze als willoze soldaten door de hogere legerleiding gestuurd? Met andere woorden, hebben ze een roeping of is het een negatieve bijkomstigheid van het door hen gekozen beroep?

De wereld is klein geworden. Door allerlei verdragen en niet in de laatste plaats door de NAVO en de Verenigde Naties zijn we mede verantwoordelijk geworden voor de wereldvrede. De vrede bewaren door elkaar te weerhouden van wederzijdse uitroeiing is een opdracht die we zeker in het zesde gebod mogen lezen. Juist daarom zal een christen zich voor deze taak moeten inspannen. Veel christenen benadrukken tegenwoordig de geweldloosheid van het christelijk geloof. Helaas is door de gebrokenheid in het menslijk bestaan geweld soms noodzakelijk. Romeinen 13 wijst de overheid dan aan als uitvoerder.

Een christenmilitair mag zich daarom geroepen weten zijn taak als gewapende vredestichter uit te voeren. Dat hij voor deze taak vervolgens de hele wereld over moet, is niet een uitvloeisel van Nederlandse bemoeizucht. Onze regering weet zich geroepen als de hoeder van zijn broeder. Dat wil voor de overheid zeggen dat zij buitenlandse regeringen aanspreekt op hun verantwoordelijkheid en deze regeringen helpt hun taak uit te voeren.

En ook wij moeten ons geroepen weten om degenen, die daarvoor de gaven en mogelijkheden hebben, af te staan voor die opdracht. De kerken mogen hun leden steunen, als die zich geroepen voelen de wereldvrede te dienen als militair. Laten we dan als gemeenschap om de achtergebleven gezinnen van deze militairen gaan staan. Deze relaties van uitgezonden militairen beleven een periode van onzekerheid, verlatenheid en vaak ook angst. Wat een troost kunnen we hen bieden als we vanuit het evangelie kunnen wijzen op de roeping van de uitgezonden militair.

 

Pastoraat

Pastoraat is te omschrijven als ‘de zorg en aandacht voor heel de mens, die beoogt het geestelijk functioneren van deze mens te optimaliseren vanuit en door een christelijke gemeenschap’. In het pastoraat gaat het om helen, troosten, begeleiden en verzoenen.

Vanuit deze invalshoek heeft het pastoraat een taak in de zorg voor relaties van uitgezonden militairen. Je kunt zeggen dat door de uitzending voor een vredesoperatie de familieleden van de uitgezonden militair in een crisis komen en zich moeten herordenen. Bovendien komt daarbij een zekere ongerustheid over de veiligheid van de uitgezonden militair.

Een mens die wordt geroepen zijn leven te reconstrueren (bijvoorbeeld door het verwerken van een verlies) komt in een ‘zingevingscrisis’ terecht. Een dergelijke crisis vraagt om pastorale ondersteuning. Tegelijk is een dergelijke crisis een kans, immers de weg tussen heden en toekomst is opengebroken. En juist dan staat de mens open voor beïnvloeding. Daarom wordt wel verband gelegd tussen bekering en crisis. Hier ligt dus een kans voor de gemeente om op een positieve manier vanuit het evangelie ondersteuning te bieden. Zodat er in de gemeente van Christus niemand onder druk van de omstandigheden zonder trooster is.

Als eerste moeten daarbij in het algemene pastoraat gemeenteleden aangespoord worden om ondersteuning te bieden. Verder kunnen in het specifieke pastoraat de professionele pastores met hun kennis aan het werk. Moeiten in de levens van relaties van uitgezonden militairen vereisen, gezien de ingewikkelde problematiek, een voorzichtige benadering. Het gaat in deze pastorale setting vaak om een combinatie van (tijdelijke) verliesverwerking en angsten. Deze angsten worden soms versterkt door de mogelijk levensbedreigende omstandigheden van de partner of ouder.

Thuisfrontdagen en -avonden voorzien niet in de noodzaak van pastoraat. De thuisfrontdagen en -avonden zijn bedoeld voor lotgenotencontact en het verstrekken van informatie. Lotgenotencontact is van belang, maar is aanvullend aan de individuele behoefte aan pastoraat. Broeders, schakel de gemeente optimaal in, maar neem als geroepene tot herderlijke zorg zelf het initiatief. En houdt de regie.

 

Eerst om de tafel

Ga eerst om de tafel, als je je wilt voorbereiden op de periode van uitzending. Om naar elkaar uit te spreken wat we van elkaar kunnen en mogen verwachten. Wie moet er dan aan tafel zitten? In ieder geval degenen die achterblijven (echtgenote, ouders, kinderen) en natuurlijk de uit te zenden militair. Vergeet ook de vriend of vriendin (verkering) van de militair niet. Verder de verstrekker van het pastoraat, en misschien een diaken.

Denk er wel om dat het een klein groepje moet zijn waarin met name de achterblijvende partner zich veilig voelt. Deze veiligheid is erg belangrijk omdat het uitspreken van wensen en verlangens lang niet voor iedereen even gemakkelijk is. Veel mensen die ondersteuning nodig hebben voelen zich toch prettiger als ze niet veel hoeven te zeggen. Bescheidenheid is evenwel niet altijd een deugd. Belangrijk is dat wanneer de afspraak voor dit voorbereidingsgesprek wordt gemaakt, aan de deelnemers duidelijk wordt gemaakt wat de inhoud van het gesprek zal zijn, zodat men zich hierop kan voorbereiden. Wat moet er in dit gesprek dan ter sprake komen? Dit kan zeer divers zijn: van voorbede in de eredienst tot het naar school brengen van de kinderen. Hierbij een lijstje van mogelijke gesprekspunten, zonder dat ik uitputtend wil zijn.

◦    Adres militair en thuisblijvers in kerkblad en hoe vaak;

◦    voorbede in de kerk, wanneer en hoe vaak

◦    pastoraal bezoek, door wie en hoe vaak;

◦    pastoraal bezoek tijdens een eventuele verlofperiode wel/niet;

◦    organiseren van een klein pastoraal vangnet;

◦    pastoraat voor de kinderen hoe en wanneer;

◦    wat te doen bij extreme situaties (ongeluk, ernstige ziekte of overlijden van militair of iemand van thuisblijvende relaties).

 

Diaconaat

In de regel moet de diaken er voor zorgen dat de gemeente betrokken wordt bij het wel en wee van individuele gemeenteleden. Iedere diaconie zal dat op haar eigen wijze uitvoeren, passend bij de wijze waarop men in de gemeente samenleeft. Nu kennen we wat betreft samenleven zelfs in ons kleine land diverse culturen en die cultuur werkt uiteraard ook door in de kerk. Er zijn Gereformeerde Kerken met een volkskerkkarakter. De kerk speelt dan in het sociale leven een ondergeschikte rol. Deze rol wordt vervuld door familie en buren die in dezelfde plaats wonen en meestal allen lid zijn van de kerk. In andere plaatsen vervult de kerk een grote sociale rol omdat de leden geen familie in dezelfde plaats hebben wonen.

Er zijn erg veel manieren om de gemeente te betrekken bij de achterblijvers van een militair op uitzending. Vaak is hulp gewenst, maar zal men er zelf niet snel om vragen. Wees hier alert op. Verder is het niet zo dat de vrouw of het gezin van een militair nu plotseling zielig is geworden omdat de man, zoon of dochter is uitgezonden. En u kunt beter geen acties ondernemen die hen onverwacht en zonder hun medeweten in de schijnwerpers van de gemeente plaatsen.

Juist het mooie van een diaconale taak is dat het in alle stilte met behulp van een aantal gemeenteleden gebeurt. Inschakeling van gemeenteleden die in de buurt wonen of die al bekend zijn met het gezin, genieten de voorkeur. Zo ontstaat op natuurlijke wijze een sociaal netwerk. Het beste is dit al voor de uitzending te regelen in het om-de-tafelgesprek (zie vorige paragraaf).

Wat zijn de dingen die gedaan kunnen worden? Dat verschilt per gezin. Maar nogmaals, als om niets gevraagd wordt, vraag er dan zelf naar. Hier een lijstje, dat uiteraard niet compleet is.

 

◦    Breng eens een bloemetje, bijv. vanuit het kerkgebouw;

◦    even op de kinderen passen, om de nu alleen gaande ouder een boodschap te laten doen;

◦    oppassen, zodat de bijbelstudie bezocht kan worden;

◦    tuin sproeien;

◦    een bezoekje;

◦    organiseren van sociaal vangnet;

◦    even aanspreken bij de kerk, op het schoolplein, in de winkel.

 

Gebed en voorbede

In de Heidelbergse Catechismus leren we dat bidden één van de belangrijkste zaken is die God van ons vraagt. Hij, de machtige God die alles al weet, wil in gesprek zijn met zijn kinderen. In het pastoraat is God altijd de derde aanwezige, gebed kan dan ook niet worden gemist. We willen onze afhankelijkheid van hem toch onder woorden brengen? Juist als we geliefden moeten loslaten, gaat er een enorme troost vanuit wanneer we deze geliefden in de handen van onze Hemelse Vader mogen leggen.

In de bezoeken voorafgaande aan een uitzending en tijdens de uitzending aan de achtergebleven relaties, is het gebed één van de belangrijke momenten. Deze gebeden zou je kunnen bestempelen als binnenkamer-gebeden. Het vertrouwelijk gesprek met God waarin we ons innerlijk voor hem openleggen.

Maar ook in de samenkomsten van de gemeente mag en moet er voor elkaar gebeden worden. Het initiatief voor dit bidden kan liggen bij de voorganger of op aanvraag van een van de betrokkenen. Als de aanvraag van de militair of zijn relaties achterwege blijft, is het tijd voor een goed gesprek hierover. Het kan zijn dat het geheim van de missie een belemmering is. Maar ook allerlei andere motieven kunnen een rol spelen. Wees als voorganger in ieder geval voorzichtig om zonder voorafgaand overleg te bidden voor een uitgezonden militair en/of zijn relaties in een openbare eredienst.

Veel relaties van uitgezonden militairen vinden het fijn dat er voor de uitgezonden militair en voor hen wordt gebeden. Voor de meesten is dit wel een emotionele gebeurtenis. Voorgangers dienen zich hiervan bewust te zijn. Aanbevolen wordt wel regelmatig in de eredienst voor hen te blijven bidden. Voorafgaand aan de voorbede is het verstandig met de thuisblijvers even de stand van zaken op te nemen. De thuisblijvers weten dan meteen dat er voor hen gebeden gaat worden. Ze hebben zo de gelegenheid zich hierop emotioneel voor te bereiden. Door zo te handelen kan er gericht worden gebeden en is ook de inhoud van het gebed actueel.

 

Vriendschappen

Een aparte categorie relaties vormt de vriend of vriendin van de uitgezonden militair met wie hij/zij een liefdesrelatie onderhoudt. Het is echt noodzakelijk om met deze hoofdzakelijk jonge meisjes pastoraal contact te onderhouden. Veel verkeringen staan onder grote druk tijdens de uitzending. En veel relaties worden tijdens deze periode ook beëindigd.

Er wordt veel inventiviteit van de pastor verwacht om deze contacten te onderhouden. Immers, vaak woont de relatie van de uitgezonden militair in een andere woonplaats. Ook kan er sprake zijn van gastlidmaatschap bij studie buiten de ouderlijke woonplaats en heeft deze vriend(in) dus twee gemeenten.

Kom er maar eens achter dat zo’n jong gemeentelid te maken heeft met de uitzending van zijn vriend of vriendin. Het veelal jonge en onervaren gemeentelid komt vaak zelf niet op de gedachte bij een ambtsdrager aan te kloppen. Belangrijk is om, als er sprake is van uitzending, de militair te vragen hoe zijn/haar vriend(in) bearbeidt kan worden en wie dat doet.

Bij gemengde verkeringen, waarbij de achterblijvende vriend(in) niet christelijk is, kan een uitzending een prachtig startpunt zijn van ambtelijke bearbeiding. Wat een geweldige kans ligt er om de liefde van Christus te kunnen uitdragen in de onderlinge liefde van het naar elkaar omzien in moeilijke omstandigheden.

Belangrijk is dus dat de thuiskerk van de uitgezonden militair het initiatief neemt voor het pastoraat aan de vriend(in).

 

…en de kinderen

Pastoraat aan kinderen is voor velen een moeilijk punt. Met name in gezelschap van ouderen zijn kinderen, vooral adolescenten, moeilijk bereikbaar voor pastores. Voor veel kinderen is de uitzendperiode een moeilijke tijd. Kleine kinderen missen hun vader en de normale patronen in het gezinsleven zijn vaak verstoord. Bovendien voelen kleintjes een verdrietige stemming bij hun moeder feilloos aan. Ook is voor kinderen het gevaar dat hun papa of mama bedreigt en de lengte van de periode dat hij/zij uitgezonden is, moeilijk te begrijpen en te overzien. Ze snappen niet goed wat er aan de hand is. Bij oudere kinderen is tijdens de uitzendperiode vaak veel verdriet over het gemis van de uitgezonden militair. Dit geldt ook voor broers en zussen van uitgezondenen, zij missen hun broer of zus soms erg en hebben angsten over de gevaren die de uitgezondene bedreigen.

Op scholen wordt aan de uitzending meestal wel op een of andere manier aandacht gegeven. Schoolresultaten kunnen negatief worden beïnvloed. Catecheten en andere kerkelijke jeugdleiders hebben ideale mogelijkheden om betrokken jongeren te benaderen. Even een gesprekje na afloop van de catechese of het verenigingsuurtje kan goed werken. En dan mag ook in het gebed aandacht aan de uitzending van vader, broer of zus worden besteed.

Voor catecheten is het zinvol om bijvoorbeeld het onderwerp vrede tijdens een uitzendperiode eens uitgebreid en concreet te behandelen. Op de jeugdvereniging kan de jongere misschien zelf eens een onderwerp voorbereiden over wat zijn of haar vader, broer of zus aan het doen is tijdens de uitzending. Goede mogelijkheden om de jongere en het jonge kind het gevoel te geven dat God voor hen zorgt en dat ze er niet alleen voorstaan, hoe moeilijk ze het met de uitzending ook hebben.

Laat je niet om de tuin leiden door stoer gedrag, probeer de gevoelige kern te bereiken. Ook stoere jongens en meiden hebben die. En vaak is dat de plaats waar veel verdriet is, verdriet dat graag gedeeld wil worden om ruimte te maken voor een gevoel van geborgenheid. Het leren delen van verdriet en onrust is een onderdeel van de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Het is een goede zaak dat pastores aan dit leerproces meewerken.

 

Contactpersoon militairen

In veel kerken fungeert nog een contactpersoon voor militairen. Deze figuur, meestal een man, is een overblijfsel uit de tijd van de dienstplicht. Vaak was dat iemand die zelf met redelijk plezier zijn dienstplicht had vervuld en daarna bereid was jongens te helpen hun pad te vinden in de verplichte periode bij Defensie. Hij lichtte hen voor hoe zij het beste om konden gaan met de verplichte weekenden in de kazerne, hielp hun de weg te vinden naar het contactadres voor militairen in de garnizoensplaats en lichtte hen voor over het bestaan van de Contact Commissie Gereformeerde Garnizoenskerken.

Echter, door het verdwijnen van de opkomstplicht en het steeds vaker voorkomen van uitzendingen voor vredesmissies kan aan de contactpersoon militairen nu een andere taak worden toebedeeld. Deze contactpersonen kunnen veel betekenen voor de relaties van uitgezonden militairen.

Uit gesprekken met deze mensen kwamen de volgende suggesties naar voren. Een contactpersoon militairen kan samenbindend bezig zijn tussen de verschillende militairen en hun gezinnen in de kerk. Wanneer in één stad meerdere vrijgemaakte kerken zijn, valt het aan te bevelen slechts één contactpersoon aan te stellen. Deze contactpersoon kan dan het onderling contact tussen alle militairen en hun gezinnen in die plaats tot stand brengen. Laat de contactpersoon bij uitzending coördinerend bezig zijn tussen het achterblijvende gezin en de kerkelijke gemeente.

Wat betreft dit onderdeel geniet een zuster-‘lotgenoot’ de voorkeur als contactpersoon militairen. Dit laat onverlet dat er een taak voor pastores in de gemeente ligt om de noodzakelijk pastorale zorg te verlenen. Echter, deze contactvrouw kan wel als vraagbaak dienen en diverse zaken coördineren. Het is aanbevelenswaardig deze persoon uit te nodigen bij het gesprek voorafgaande aan de uitzending.

Een andere taak van de contactpersoon militairen kan zijn, dat zij contact legt tussen de gezinnen van alle militairen die in een gemeente wonen. Dit heeft het positieve effect dat bij uitzending teruggevallen kan worden op contacten die er al liggen. Dat is een waardevolle ondersteuning bij uitzending, want daardoor is er in veel gevallen snel contact tussen lotgenoten onderling.

 

Geheimen

Soms wordt er geheimzinnig gedaan over een militaire operatie. Dit is terecht, het is voor het welslagen van veel militaire acties belangrijk dat niet alles bekend is. Dit geldt in zijn algemeenheid niet voor vredesoperaties. Wel is het zo dat incidentele acties, zoals wanneer, waar en door wie op een bepaald moment een patrouille plaatsvindt, niet bekend mag worden. De militair zal in contact met zijn relaties soms vaag zijn over wat hij exact gedaan heeft de afgelopen week of wat hij de komende dagen gaat doen. Deze vaagheden laten bij relaties van militairen weleens een gevoel van onbehagen achter. Men vermoedt dat hun man, zoon of dochter mogelijk een gevaarvolle opdracht moet gaan uitvoeren. Dat is ook voor de relatie bedreigend en de vaagheden hierover versterken dat gevoel nog eens. Helaas is dit iets wat inherent is aan het militaire beroep. Openheid zou de veiligheid en het welslagen van de actie alleen maar in gevaar brengen. Het is de taak van pastores het vertrouwen van de achterblijvers te versterken. Het is God die in alles de leiding heeft, als we ons aan Gods zorg toevertrouwen. Door dit te benadrukken kunnen we misschien iets van de zware last die op achterblijvers drukt verlichten.

Soms willen achterblijvende relaties of de uitgezonden militair niet dat hun adres bekend wordt, bijvoorbeeld door publicatie in het plaatselijk kerkblad of aan de coördinator buitenland van deputaten Geestelijke Verzorging Militairen. Als reden wordt dan opgegeven dat de strijdende partijen in het land waarnaar wordt uitgezonden misbruik van deze adressen kunnen maken.

Nu is het publiceren van een adres altijd onderworpen aan de wet op de persoonsgevens en er dient daarom altijd zorgvuldig met adressen te worden omgegaan. De Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD) is echter van mening dat een enkel adres van een militair geen lonend doel voor een terroristische aanslag is. Deze dienst adviseert gewoon volgens de wettelijke normen met adressen van militairen om te gaan. Dit houdt dus in dat in overleg met de betrokkenen er geen bezwaar is adressen in kerkelijke kring bekend te maken. Dit biedt aan gemeenteleden de mogelijkheid door middel van een brief of kaartje blijk van hun betrokkenheid te geven. Veel militairen en hun relaties stellen dit bijzonder op prijs.

Een ander fenomeen is dat het nogal eens voorkomt dat tijdens uitzendingen achterblijvers worden geconfronteerd met telefoontjes waarbij, als deze worden opgenomen, niemand zich meldt. De MIVD heeft dit onderzocht. Een mogelijkheid is dat deze stille telefoontjes worden veroorzaakt door call-centra. Deze centra schijnen tegelijk automatisch een aantal telefoonnummers te bellen. Degene die het eerst opneemt, krijgt het call-centrum aan de lijn, maar degene die later opneemt hoort alleen een wat suizend geluid. Waarom mensen dit pas opvalt in uitzendingssituaties is onbekend. Opvallend is dat er geen zogenaamde ‘hijgers’ worden gemeld. Men mag er volgens de MIVD dan ook van uitgaan dat het niets bedreigends is. Toch kunnen de thuisblijvers deze telefoontjes, die meestal één tot maximaal drie weken aanhouden, als behoorlijk bedreigend ervaren. Hier dient serieus aandacht aan te worden geschonken. En als de situatie daar aanleiding toe geeft, geef het dan aan SitCen door.

 

Je wist het

Je wist het toch! Die opmerking krijgt een militair en zijn relaties nogal eens te horen wanneer een uitzending voor de deur staat.

Als eerste wil ik opmerken dat pastoraat, ook het algemeen pastoraat van broeders en zusters onderling, de nodige fijngevoeligheid vereist. Onderschat een uitzending niet! De partner, zoon of dochter is niet op een vakantiereisje, maar is werkzaam in een oorlogsgebied. Verder wordt vaak de ondersteuning van de man gemist bij de dagelijkse gang van zaken. Ook kan er een gevoel van verlatenheid zijn, men voelt zich in de steek gelaten. Al deze factoren maken dat je in gesprek met hen voorzichtig je woorden moet kiezen. Allerlei dooddoeners en algemene waarheden worden al snel als pijnlijk ervaren. Door de omstandigheden ontwikkelt men hiervoor een zekere gevoeligheid. Het komt dan ook voor dat een gesprek dat als troost en bijstand is bedoeld, ervaren kan worden als vervreemdend en pijnlijk.

De meest gehoorde klacht van relaties van uitgezonden militairen is, dat nogal eens wordt gezegd dat ze het toch van tevoren wisten dat hun man, zoon of dochter uitgezonden zou worden toen deze militair werd. En dit is inderdaad juist. Maar welke troost bied je met deze uitspraak? Eigenlijk zeg je er mee dat het iemands eigen schuld is dat deze nu dit probleem heeft. Alsof de relatie heeft gekozen voor het beroep van militair. Laat duidelijk zijn dat het de militair zelf is die heeft gekozen voor zijn beroep en niet zijn of haar relaties. Ouders kiezen niet het beroep van hun zoon of dochter, maar zij ervaren vaak wel de negatieve kant van dat beroep.

Dit geldt ook voor echtgenoten. Je kiest niet het beroep van je partner, je vat liefde op voor wie die ander is. Natuurlijk is liefde niet zo blind dat negatieve zaken niet worden meegewogen, maar daarmee ben je als man of vrouw nog niet meteen verantwoordelijk voor het beroep van je echtgenoot.

Militairen zelf zien uitzending vaak als een uitdaging en een kans om zich professioneel te ontwikkelen en als mogelijkheid om anderen te helpen. Maar het achterlaten van geliefden in eenzaamheid en onzekerheid wordt ook door hen als pijnlijk ervaren. Wat fijn kan het zijn dat tijdens pastorale bezoeken aandacht is voor deze pijn en troost vanuit het evangelie mag worden aangereikt. Door een luisterend oor te bieden en te wijzen op de Almachtige God die ook zorgt voor zijn kinderen in het uitzendgebied. Zo kan men in de gemeente elkaar tot een hand en een voet zijn.

 

Geld maakt niet gelukkig

Geld lijkt een vreemd onderwerp in een brochure over pastoraat. Toch is het een onderwerp dat ter sprake kan komen in verband met uitzending. Juist ook een onderwerp waar thuisblijvers weleens verwijten over krijgen. Wat wil het geval? Er wordt militairen soms verweten dat zij zich vrijwillig laten uitzenden om daarmee extra geld te verdienen. Als dit waar zou zijn, kun je daar moreel best enkele vraagtekens bij zetten. Soms lijkt het ook zo, na afloop van de uitzending wordt er een nieuwe auto aangeschaft of een luxe keuken geïnstalleerd.

Het is inderdaad juist dat tijdens de uitzending enkele financiële toelagen worden uitgekeerd, die het inkomen fors doen stijgen. Er wordt namelijk een vaste overwerkvergoeding uitgekeerd, ook het verlof wordt afgekocht en er wordt een buitenlandse toelage uitgekeerd. Militairen ervaren deze extra inkomsten als soldij die hen terecht toekomt, omdat ondanks de vele extra uren die ze maken hun uurloon niet stijgt. In gesprekken met militairen en hun partners is ook niet gebleken dat de extra bezoldiging een reden is om vrijwillig of door aanwijzing uitgezonden te worden. Vele andere motieven spelen een rol in het aanvaarden van een opdracht om uitgezonden te worden.

Laat duidelijk zijn dat als de regering (dat is dus het Nederlandse volk) besluit haar militairen in een crisisgebied ergens in de wereld in te zetten, de militair maar heeft te gaan. Het is en blijft voor de militairen een opdracht. Hoe verder de aanwijzing van individuele militairen plaatsvindt, is een interne zaak van Defensie. Natuurlijk kan in een goed gesprek wel gevraagd worden of er geen oneigenlijke motieven meespelen waarom de betreffende militair nu al weer wordt uitgezonden. Maar wees hier voorzichtig mee, laat uw uitgangspunt vertrouwen zijn.

Dat aan het einde van de uitzending de financiële armslag wat ruimer is, is een goede zaak. Immers, de extra inkomsten zijn tijdelijk en als het goed is laat het gezin zich niet verleiden tot structureel hogere uitgaven. Er kan gespaard worden voor een grote aanschaf. En de militair zal na terugkomst niet worden geconfronteerd met structureel te hoge uitgaven of schulden.

Nazorg

En dan komt de uitgezonden militair weer thuis na vier tot zes maanden afwezigheid. Dat vergt aanpassingsvermogen van beiden zijden. In de voorafgaande maanden zijn er thuis allerlei dingen veranderd, juist ook omdat de uitgezonden militair er niet was. Anderen hebben zijn of haar rol gedeeltelijk overgenomen. De thuissituatie moet zich dus herschikken, waarbij de militair misschien in een andere positie terecht komt.

Deze herschikking kost veel energie en tact van alle betrokkenen. Maar deze energie is er vaak niet, emotioneel heeft de periode van uitzending van zowel de uitgezondene als de thuisblijvers veel gevraagd. Als eenmaal de euforie van de terugkeer voorbij is, treden er ongetwijfeld (enkele) stekeligheden op.

In een normale gezonde relatie overwinnen man en vrouw deze aanvaringen goed. De kans is groot dat ze een half jaar na terugkomst concluderen dat de uitzending zelfs winst in de onderlinge verhouding heeft opgeleverd. Ook is mogelijk dat het geloof is gegroeid. Je hebt je in de uitzendingsperiode (erg) afhankelijk van God gevoeld en Hij is trouw gebleken. Zeer bijzonder om zo´n geloofsgroei door de diepte heen bij jezelf op te merken. Vraag er als pastor ook naar, dan kun jij eveneens de vreugde daarvan meemaken.

Zo’n persoonlijke vraag is het beste te stellen tijdens een nazorgbezoek. Het verdient aanbeveling een dergelijk bezoek (misschien zelfs meerdere van deze bezoeken) te starten na zes tot acht weken na terugkeer. In die eerste weken is nog niet helemaal duidelijk of het proces van reïntegratie bevredigend verloopt.

Immers, er kunnen tijdens de uitzendperiode psychische beschadigingen optreden. Dit kan zowel de uitgezonden militair als de thuisblijvers overkomen. Het gevolg: relaties worden niet hersteld, gevoelens van wrevel en onbegrip blijven overheersen. Als dat een half jaar na terugkomst nog zo is, is het verstandig professionele hulp in te schakelen. Het is dus van belang dat pastores tot een half jaar na terugkeer van de uitzending een lijntje met de uitgezonden militair en zijn relaties onderhouden.

Ook de uitgezonden militair kan met allerlei psychische problemen te maken krijgen. Wat veel militairen in het uitzendgebied meemaken is niet niks. Het zijn veelal oorlogshandelingen waar ze direct of indirect bij betrokken zijn geweest. Het is heel normaal dat het dan een tijdje duurt voor je weer gewend bent aan de vrediger omstandigheden thuis en in je omgeving. Maar na een tijdje moet alles weer binnen de normale proporties zijn.

Een bekende psychische stoornis bij militairen die uitgezonden zijn geweest is een Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS). De verschijnselen kunnen zijn: slecht slapen, nergens zin in hebben, alles relativeren, prikkelbaar, totale afwijzing van of juist hevige interesse voor het uitzendgebied. Militaire psychologen zijn hierin gespecialiseerd en een aantal gesprekken met een psycholoog kan helpen.

Wees er als pastor op verdacht dat relatief veel militairen vinden dat een stoere militair geen hulp nodig heeft. Ze lossen dat zelf wel op. Defensie weet dat ook en voert na afloop van de uitzending een psychologische screening uit. Maar als pastor komt u bij hen thuis. Zo kunt u een positieve invloed hebben op het welbevinden van de aan uw zorg toevertrouwde broeders en zusters.

Belangrijk in het pastoraat is dat heel de gemeente haar steentje kan bijdragen in ‘de zorg en aandacht voor heel de mens, die beoogt het geestelijk functioneren van deze mens te optimaliseren’. Het helen, bijstaan, begeleiden en verzoenen is niet het werk van specialisten alleen.

Moge de trouwe Vader in de Hemel u bijstaan in de liefde voor de relaties van uitgezonden militairen en de militairen zelf.

 

 

Literatuurlijst

 

◦    Heiden, C. van der, brochure De geur van oorlog, RKK, Raad voor kerk en krijgsmacht, Tilburg 2003;

◦    Heiting, Gerben, Pastorale zorg, theologie, differentiatie en praktijk, Uitgeverij Kok, Kampen, 3e druk 2005;

◦    Kimpe, G. F. de, Als een goed soldaat, Christen zijn in de krijgsmacht, Oosterbaan & Le Cointre, Goes, 1990;

◦    Douma, J., Gewapende Vrede, Ethische bezinning nr. 14, Uitgeverij Van den Berg, Kampen, 1988;

◦    Somogyi, Ans, Living apart together, Uitgave Nat. Kath. Thuisfront, R.K. – en Prot. Geestelijke Verzorging;

◦    DVD, ‘Uitgezonden’, uitgave GKV Deputaten GVM / St. De Luisterpost / Bralectah 2007.